Preken

Hieronder kunt u de meest recente preken nalezen die Vader Paul Brenninkmeijer voor onze gemeenschap hield.

 

Preek op de tweede zondag van de Vasten: (17 maart 2019)

In het evangelie zegt Jezus tegen de verlamde man: mijn zoon, je zonden zijn je vergeven. Dit past in de vastentijd, als een tijd van inkeer en boete. We worden ons opnieuw bewust van onze schuldig-heid. Veel mensen vinden dat de kerk ons teveel een gevoel van schuldigheid aanpraat, zo hoor je vaak. Het is niet populair om te erkennen dat je een zondaar bent. Toch kan schuld erkennen iets heel goeds en bevrijdends zijn. Als iemand van je houdt, moet je die persoon krediet geven. Krediet komt van het Latijnse credere, dat geloven betekent, en dat we kennen uit het Latijnse Credo. Wij geloven in God zoals God gelooft in ons. Dat vertrouwen moeten we waar maken, dat zijn we God verschuldigd. En dat doen we niet altijd. We schieten daarin te kort, tegenover God, maar ook ten opzichte van onze medemensen. Het is goed als we ons daar steeds weer opnieuw van bewust worden. Bijna alle mensen hebben wel iets van een schuldbesef, dieren hebben daar geen last van. De SIRE campagne: doe eens lief, wil Nederlanders aan het denken zetten over hoe we dagelijks met elkaar omgaan. Onbewust doen we vaak samen met anderen mee aan onverschillig gedrag. En ook al gedragen we ons meestal wèl fatsoenlijk, het hufterig gedrag van anderen kan ook ons agressief maken. Daarnaast kun je je ook schuldig voelen als op vakantie in een arm land bedelende kinderen op je afkomen ‘money, money’ roepend, of je ontmoet er mensen die met hard werken niet meer dan 100 euro in de maand verdienen. Je voelt je dan schuldig met je inkomen in een rijk land met de beste voorzieningen. Is onze welvaart wel eerlijk verworven, eerlijk ten opzichte van arme landen? En hoe gaan we om met de aarde? Na de ramp met verwoeste kerncentrale Tsjernobyl 30 jaar geleden verklaarde de architect ervan in het openbaar: ‘ik heb gezondigd tegen God, tegen mijn medemensen, en tegen de aarde’. Westerse toehoorders waren hierover toen verbaasd. Dit besef van eerbied voor de aarde past bij de oosterse orthodoxie. Maar nu dringt ook bij ons door hoe wij schuldig zijn tegenover de aarde vanwege onze levenswijze die de aarde geweld aandoet en het milieu bederft. Het is goed om je dit alles te realiseren.

Maar is schuld erkennen ook werkelijk bevrijdend? Luister dan naar wat Jezus zegt tegen de verlamde man: mijn zoon, je zonden zijn je vergeven. De man had er alles voor over om met hulp van zijn vrienden bij Jezus te komen. Zoveel krediet bracht hij op, dat ze niet door de deur naar binnen gaan, omdat die versperd is door de menigte, maar door het dak, dat van stro en leem gemakkelijk is open te breken. En zoals Jezus de verlamde man van zijn verlamming geneest, zo heelt hij ook zijn door schuld gewonde ziel. Jezus is als een arts, een geneesheer. In de byzantijnse en orthodoxe traditie noemt men de biecht een medicijn en de biechtvader moet als een meelevende arts zijn. En zo komen wij ook nu tot Jezus in deze eucharistie. Met ons menselijk tekort, met onze gebrokenheid. We leggen onze schuld hier bij hem neer. Hij geneest ons. De lector bidt vooraf de boetepsalm: God ontferm u over mij in mijn zondigheid. En dan zingt de priester: Gezegend is het koninkrijk van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Zo begint elke byzantijnse viering. Jezus schept een nieuw begin. Een nieuw begin van vergeving en van een betere manier van leven. Zoals de lamme weer zelf in beweging komt, zo brengt Jezus ook ons in beweging. Zoals de lamme man door vrienden gedragen werd, zo is dit een beeld van wat kerk-zijn is. Als kerk maken we een begin van een eerlijker vorm van menselijke gemeenschap, vanuit de genezing en heel wording die God ons geeft. Als kerk stimuleren wij elkaar hierin. De kar voor de voedselbank bij de ingang van deze kerk staat er niet voor niets.

En over voedsel gesproken. Deze vastentijd is ook een gelegenheid om af te zien van voedsel dat geproduceerd wordt ten koste van de aarde, en dat we bewust voedsel kopen dat de aarde, Gods schepping, niet aantast. Dat is echt een leerschool voor ons in deze tijd. Het gaat erom om positief krediet te geven als antwoord op alles wat God ons volop in zijn schepping geeft.

 

Preek op de zondag van de verloren zoon (17 febr.  2019)
In het evangelieverhaal dat we zojuist hoorden gaat het over twee broers, de oudste blijft thuis; de jongste trekt er op uit, de weide wereld in. De oudste vindt voldoening in gewoonte, de vastigheid van elke dag weten wat je te doen staat. De jongste zoekt juist het avontuur, het ongewone. Twee mensentypen, de één zoekt een vaste baan liefst voor heel het leven, de ander wisselt graag van werk. De één gaat elk jaar op vakantie naar hetzelfde adres, de ander wil juist variatie. Maar dit verhaal gaat over veel meer dan psychologische verschillen. Het vaderhuis waar Jezus over spreekt betreft een geborgenheid die voor alle mensen geldt, maar die voor ons niet vanzelfsprekend is. Gods liefde is de bron van alle leven. Uit die bron van liefde komen wij allemaal voort. En die bron zal ook in ons mensen mogen uitstromen in liefde. Maar wij mensen zijn op een of andere manier, meer of minder, van God als de bron van leven en liefde losgeraakt.

We noemen dit verhaal het verhaal van de verloren zoon, maar eigenlijk is ook de oudste een verloren zoon. Beide zijn vervreemd. Ook al blijft deze oudste broer thuis bij zijn vader, hij leeft niet uit die liefdesbron, zijn werk op het land van zijn vader is voor hem niet meer dan plicht, ook al zegt de vader: ‘al wat van mij is, is ook van jou’.  Ook de jongste zoon vindt geen voldoening in het leven vanuit die liefdesbron. Hij trekt weg uit het vaderhuis en zoekt het in afleiding van een losbandig leven. Met vrouwen, drank en steeds nieuwe vrienden. Maar uiteindelijk blijken die vrienden alleen maar op zijn geld uit te zijn en laten ze hem stikken als hij berooid aan lager wal is geraakt.
Maar dan gebeurt er iets bij die jongen. Hij herinnert zich zijn vaderhuis en de geborgenheid ervan. Er is niet alleen ontreddering, er is ook nog hoop in hem. Hij overwint zijn vervreemding, door te besluiten naar huis terug te keren. Die ommekeer, nog ver van huis, is al een geheel nieuw begin, een echte bekering. De vader die al op de uitkijk staat en op hem toesnelt om hem te omarmen, bevestigt alleen maar wat hij diep in zijn hart al voorvoelde.

Het gebeurt nog wel eens bij mensen die helemaal aan de grond zitten, dat er plotseling iets van hun afvalt. De dichter Bertus Aafjes heeft gezegd: een glimlach om een nederlaag is een eindoverwinning. Mogelijk heeft de jongste zoon, na de omhelzing door zijn vader ook iets van een glimlach kunnen opbrengen over zijn mislukte voorbije leven. Beste mensen, zo vertelt Jezus over God en over het afgesneden zijn van God dat ons mensen vervreemdt van het diepste van wat wij mogen zijn. Wij zijn bewuste wezens, en we hebben een zelfbewustzijn dat ons onderscheidt van de dieren. We hebben diep in ons weet van een oorsprong en van een bestemming, die buiten ons en buiten deze zichtbare wereld ligt. Maar heel vaak vergeten we dit en raken we van God los. Dit noemen we de zondeval waar we als mens allemaal in delen.  We laten ons prikkelen door allerlei afleiding, zoals we nu in de winter verlokt worden door de reclames van zonnige palmen-stranden waar we voor spotgoedkope vliegreizen onze rust zullen vinden. Niet dat je tegen vakantiereizen moet zijn, maar ligt de echte innerlijke vrede niet veel dieper in onszelf? En tegelijk kunnen we zonder ons huis te ontvluchten net als de oudste zoon zó opgaan in werk en plicht dat we geen vreugde meer beleven. En we kunnen in beslag worden genomen door allerlei zorgen en beslommeringen die ook geen innerlijke rust geven.

Toch hoeven we dit aardse leven niet te ontvluchten om de diepste bron van vrede te vinden. Het bijzondere van ons christelijk geloof is dat God niet ver weg blijft, maar onze wereld is binnengegaan. God heeft zich geopenbaard als Vader, liefhebbend en zelfs zondige mensen omarmend, maar ook als Zoon, die met zondaars en tollenaars aan tafel zat en als Heilige Geest die diep in ons hart wil wonen. De drie-ene God wacht erop dat we naar Hem terugkeren, telkens opnieuw. Pas dan worden we werkelijk vrije mensen. Herschapen, bevrijd van angst en zorgen, bevrijd van schuld. En open voor andere mensen om met hen deze overweldigende liefde te delen.

Preek 30e zondag na Pinksteren (20 jan. 2019)

Wat opvalt in het verhaal van de genezing van een blinde is het cynisme van de omstanders. Ze snauwen de blinde toe dat hij zijn mond moet houden als hij vanuit zijn nood Jezus aanroept: ’Zoon van David, heb medelijden met mij’. De omstanders vinden dat hij zich geen illusies moet maken en dat hij niet anders dan een blinde bedelaar moet blijven. Hij mag niet dromen dat er een wereld voor hem zal opengaan, als hij kan zien. Jezus trekt zich daar niets van aan, Hij gaat op de smeekbede van de blinde bedelaar in en opent hem de ogen.

Het gaat er in dit evangelieverhaal om hoe je als mens tegen het leven aankijkt. Als je je teveel door cynisme laat beïnvloeden zie je nergens meer het wonder. Je vindt alles vanzelfsprekend, en alles blijft zoals het is. Je ziet veel te weinig het bijzondere en blijft gemakkelijk steken in het banale en platvloerse. Verwondering is de voorwaarde voor het geloof, echt geloof heeft alles te maken met openheid: dat je open en onbevooroordeeld in het leven staat. Geloven is heel wat meer dan het aannemen van geloofswaarheden en het volgen van morele voorschriften. In feite is geloven vooral vertrouwen.
Dit evangelieverhaal leert ons dat door het geloof ook ónze ogen open gaan voor het wonder van het leven zelf, je gaat de wereld heel anders zien: door God geschapen in al zijn schoonheid en vol met mogelijkheden.
Natuurlijk is daarmee het verdrietige en pijnlijke in het leven niet weg, maar door lijden heen kun je ook een meer gerijpt mens worden, en ondanks het lijden kan het meeleven van andere mensen iemands leven rijker maken. En zo kan Jezus zeggen tegen de genezen blinde: je vertrouwen heeft je genezen.

Er zijn ook evangelieverhalen dat Jezus de oren van doven opent. Met onze oren kunnen wij muziek horen en de klank van gezangen. Ook hier is het belangrijk hoe wij luisteren, en ook hoe wij zingen. Zoals wij met verwondering mogen kijken, zo zullen wij ook met een open hart hier in de kerk de byzantijnse gezangen in ons opnemen en als lid van het koor ten gehore brengen. Vandaag neemt Dolf Bruinsma het dirigeerstokje over van Gerard van Kalken die zovele jaren onze zangleider was. Met grote deskundigheid en met een levenslange ervaring met de byzantijnse zang heeft Gerard de zang geleid. Wat mij altijd trof is dat de zang in onze gemeenschap als een echt biddend zingen klinkt. Een spirituele manier van zingen. Je hoort er dankbaarheid in, Blagoslowi Dusje moja Gospoda: loof mijn ziel de Heer, en ook spreekt er vertrouwen uit. Gospodi pomiljoe: ‘t smekend Heer ontferm U, maar nooit zonder hoop.  En ook met de weemoed van de byzantijnse muziek, vol verlangen naar een wereld die beter is dan wat we nu vaak meemaken. En zeker met Pasen ook een uiting van diepe vreugde: Christos Woskresse! En we merken al dat Dolf Bruinsma, ook iemand met jarenlange ervaring van de Byzantijnse muziek dit biddend zingen voortzet. Gelukkig blijft Gerard beschikbaar om als dat nodig is Dolf te vervangen en blijft hij samen met Trix lid van het koor.
Na afloop van deze viering zullen we met het koor en met de bestuursleden ergens anders in een feestelijk samenzijn Gerard bedanken en hem een cadeau aanbieden dat nu nog een verrassing is. Maar u als kerkgangers kunt straks na de viering bij de koffie Gerard persoonlijk bedanken.

De kerkmuziek is een heel belangrijk onderdeel van onze liturgie. Eigenlijk is onze liturgie hier in de kerk, een aardse en dus altijd wat beperkte uitbeelding van de hemelse liturgie met de onovertroffen schoonheid van de engelenzang. Het is ook niet erg als onze zang soms niet helemaal perfect is, want alleen in de hemel is het volmaakt. Wij hoeven alleen maar ons best te doen. Dat is genoeg. Maar voldoende om ons allemaal te sterken in ons geloof en te helpen om in het dagelijkse leven met verwondering om ons heen te blijven kijken, ons te laten raken door de tekenen van Gods aanwezigheid in de kleine dingen, en met vertrouwen te leven, ook als het ons tegenzit. Als mensen die zich niet opsluiten in cynisme, maar met open ogen en open oren in het leven staan. Om Gods troostende nabijheid te ervaren, al is het vaak maar voor even. Dat is al genoeg.

Preek bij Theophanie  (6 januari 2019)

Vandaag herdenken wij de Doop van Jezus en daarmee ook onze eigen doop. Door de doop wordt je een christen. Ook al ben je als kind gedoopt: de doop geeft voor heel het leven een persoonlijke band met Jezus Christus.
Maar hoe wordt die verbondenheid  beleefd? Een band met iemand krijgen gebeurt door het leven zelf, zo is het in vriendschappen en ook in een intieme relatie. Door alles wat je met elkaar meemaakt aan mooie en moeilijke dingen. Je kunt zeker ook een band voelen met mensen die je niet ziet of niet meer ziet. De Tsjechische president Vaslav Havel zat jaren in de gevangenis, in zijn gepubliceerde brieven aan Olga onderhoudt hij de band met zijn vrouw die hij toen niet mocht zien.

Zo kun je ook een band met Christus krijgen die je niet ziet en die band kan in de loop van ons leven en met het klimmen der jaren steeds sterker worden, door het herhaald lezen en beluisteren van het evangelie. Hoe Jezus met mensen omging is altijd weer verrassend. Dat kan je diep raken en ontroeren. En verder zijn er de sacramenten en vooral de eucharistie. In de communie komt Hij heel dicht bij je. En zo mag je ervaren dat je met Christus verbonden bent in tijden dat het je goed gaat, als je gezond bent en je gelukkig bent met de mensen om je heen of in je werk, in dat alles komt Gods liefde tot je,  maar ook in tijden van tegenslag, kun je de nabijheid van Christus beleven.

U kent wellicht die oude Egyptische icoon waar Christus een hand op de schouder van een heilige legt, zo diep is ook zijn vriendschap voor jou. Op andere iconen kijkt Christus je heel indringend aan en doet hij een appel op je geweten: ben je wel zuiver in je bedoelingen bij wat je doet? Heb je wel rekening gehouden met wie Hij de minsten der mijnen noemt? Je kunt ook de vergeving van Christus voelen, als je gefaald hebt, bij groot falen is er altijd nog de biecht. De band met Christus kun je vooral beleven door te bidden.
Een bijzondere vorm van gebed is  het Jezusgebed: het herhaald zeggen van: Heer Jezus Christus ontferm u over mij.

Een band met iemand hebben is méér dan een gevoel, meer dan een sentiment. Stemmingen wisselen, de ene keer voel je je warm van binnen, een andere keer koud. Die stemmingen worden vooral bepaald door wat je met andere mensen meemaakt, aan vreugde en verdriet. De band met Christus is niet afhankelijk van deze stemmingen. Op een veel dieper vlak is Hij er altijd, en kun je altijd op Hem terugvallen, altijd bij Hem terecht. Achter alle wisselende stemmingen is er een diepe vreugde. Hij heeft tot zijn leerlingen gezegd: Ik noem je geen dienaren meer, maar vrienden, want ik heb jullie alles van de Vader geopenbaard. En ook heeft Hij gezegd: Wij zullen onze intrek nemen bij ieder die mij liefheeft. En ook heeft Hij gezegd: ik wil dat mijn vreugde in jullie is.
Die vreugde is er omdat je door het doopsel voor altijd met hem en met de Vader en de Heilige Geest verbonden bent. Ik wens u allen toe dat de levende band met Christus, met de Drie-ene God versterkt wordt, ook nu, als wij straks onze eigen doop opnieuw mogen beleven met de besprenkeling na de grote waterwijding, na deze liturgie.

Preek met Kerstmis (25 en 26 december)

Het evangelie is vandaag van Mattheus. Mattheus begint het eerste hoofdstuk met de woorden: boek van de genesis, dat is wording, van Jezus Christus, zoon van God, zoon van Abraham. Genesis heet het eerste Bijbelboek waar o.a. over Abraham wordt verteld. Abraham ging op weg om een leefbaar land te vinden.
Het tweede Bijbelboek is Exodus: de joden maakten onder leiding van Mozes een exodus, een uittocht, naar een leefbare wereld, bevrijd van slavernij. Daar herinnert het 2e hoofdstuk van Matteus aan, wat we zojuist hoorden: de geboorte van Jezus lijkt op de geboorte van Mozes. Zoals Mozes na zijn geboorte moest ontsnappen aan de woede van Farao zo wordt de kleine Jezus bedreigd door koning Herodes die de eerstgeboren jongetjes in Bethlehem zal doden. Mozes zal zijn volk later uit Egypte leiden en zo zal Jezus met zijn ouders uit Egypte naar zijn eigen land teruggaan.

Ook wij die 20 eeuwen later dan Christus leven mogen ons spiegelen aan het joodse volk. Zoals Abraham zich los moest maken van de afgoden van zijn tijd en de roepstem van God moest volgen, zo ook wij. En zoals het joodse volk bevrijd moest worden van de slavernij in Egypte, zo zullen ook wij los moeten komen van de vleespotten van deze tijd.
Om te begrijpen wat dit concreet betekent moeten we de kersticoon van dichtbij bekijken. De afgebeelde figuren zijn allemaal onderdeel van de omringende natuur, bergachtig, maar ook met bomen en struiken. Je ziet een grot, die open is voor de buitenlucht. Wij moderne mensen die meestal in een verstedelijkte omgeving leven voelen die verbondenheid met de natuur vaak niet meer. Op de icoon zien we de wijzen uit het oosten die een ster volgen aan een nog niet door lichtvervuiling vervaagde hemel. Op sommige kersticonen zie je ook wilde dieren die vredig naast elkaar grazen. En bomen vol vruchten.
Hier wordt uitgebeeld wat de profeten voorzegden: de woestijn zal bloeien als een roos, en leeuw en lam zullen samen weiden, een kindje zal zijn hand steken in het nest van een slang. Een visioen van harmonie van de mens in een natuurlijke omgeving. Dit is voor ons ver weg.

Wij beleven de aantasting van het milieu, het verdwijnen van veel insecten en zullen steeds meer de gevolgen gaan voelen van de opwarming van de aarde door menselijk toedoen, met droogte of overstromingen. Ook al zijn er technische oplossingen nodig voor het klimaatprobleem, dan is de oorzaak van dit probleem nog niet aangepakt. En dat is de illusie van technische vooruitgang en de idee dat wij mensen de heersers over de aarde zijn. Wij mensen hebben onszelf het middelpunt van alles gemaakt en de aarde tot een object gemaakt om te exploiteren. Paus Franciscus zegt in de encycliek Laudate si dat wij de aarde leeg plunderen. En hoe de armen in de wereld het meest te lijden hebben onder de gevolgen hiervan.
Dit klimaatprobleem is dan óók een spiritueel probleem. Daarom moeten we samen een exodus maken naar een nieuwe aardse spiritualiteit. We hebben a.h.w. ouders nodig die met hun kinderen het bos in gaan om de wonderen daar te ontdekken, in plaats van voornamelijk op een schermpje te kijken.
Want heel veel in de natuur is iets heiligs, een gave van God. Het zal ook een spiritualiteit zijn van verbondenheid, tegen alle ik-gerichte consumptiedrang in.

Iemand zei laatst: de mensheid heeft een Vader nodig die ons met elkaar bijeenhoudt. Op de kersticoon zien hoe de aarde overwelft wordt door de hemel en we zien de ontmoeting tussen hemel en aarde. We zien een herder die anders dan veel mensen van nu open staat voor de boodschap van de hemel, van engelen, we zien hoe hij zijn vreugde daarover uitblaast op een blaasinstrument. Het doet me denken aan de Oost-Nederlandse traditie van het blazen op de midwinterhoorn, waarmee dezer dagen de zon begroet wordt die vanaf nu weer wat langer gaat schijnen. De zon is ook symbool van Christus, het licht der wereld. Christus wiens komst wij vandaag vieren, wil ons helpen bij deze aardse spiritualiteit, deze aarde deemoedig te zien als een groot geschenk, en te leven met compassie voor al wat leeft, zachtmoedig, vredelievend, en met een zuiver hart. Alleen dit kan ons redden.