Preken




Hieronder kunt u de meest recente preken nalezen die Vader Paul Brenninkmeijer voor onze gemeenschap hield.

Preek bij Theophanie  (6 januari 2019)

Vandaag herdenken wij de Doop van Jezus en daarmee ook onze eigen doop. Door de doop wordt je een christen. Ook al ben je als kind gedoopt: de doop geeft voor heel het leven een persoonlijke band met Jezus Christus.
Maar hoe wordt die verbondenheid  beleefd? Een band met iemand krijgen gebeurt door het leven zelf, zo is het in vriendschappen en ook in een intieme relatie. Door alles wat je met elkaar meemaakt aan mooie en moeilijke dingen. Je kunt zeker ook een band voelen met mensen die je niet ziet of niet meer ziet. De Tsjechische president Vaslav Havel zat jaren in de gevangenis, in zijn gepubliceerde brieven aan Olga onderhoudt hij de band met zijn vrouw die hij toen niet mocht zien.

Zo kun je ook een band met Christus krijgen die je niet ziet en die band kan in de loop van ons leven en met het klimmen der jaren steeds sterker worden, door het herhaald lezen en beluisteren van het evangelie. Hoe Jezus met mensen omging is altijd weer verrassend. Dat kan je diep raken en ontroeren. En verder zijn er de sacramenten en vooral de eucharistie. In de communie komt Hij heel dicht bij je. En zo mag je ervaren dat je met Christus verbonden bent in tijden dat het je goed gaat, als je gezond bent en je gelukkig bent met de mensen om je heen of in je werk, in dat alles komt Gods liefde tot je,  maar ook in tijden van tegenslag, kun je de nabijheid van Christus beleven.

U kent wellicht die oude Egyptische icoon waar Christus een hand op de schouder van een heilige legt, zo diep is ook zijn vriendschap voor jou. Op andere iconen kijkt Christus je heel indringend aan en doet hij een appel op je geweten: ben je wel zuiver in je bedoelingen bij wat je doet? Heb je wel rekening gehouden met wie Hij de minsten der mijnen noemt? Je kunt ook de vergeving van Christus voelen, als je gefaald hebt, bij groot falen is er altijd nog de biecht. De band met Christus kun je vooral beleven door te bidden.
Een bijzondere vorm van gebed is  het Jezusgebed: het herhaald zeggen van: Heer Jezus Christus ontferm u over mij.

Een band met iemand hebben is méér dan een gevoel, meer dan een sentiment. Stemmingen wisselen, de ene keer voel je je warm van binnen, een andere keer koud. Die stemmingen worden vooral bepaald door wat je met andere mensen meemaakt, aan vreugde en verdriet. De band met Christus is niet afhankelijk van deze stemmingen. Op een veel dieper vlak is Hij er altijd, en kun je altijd op Hem terugvallen, altijd bij Hem terecht. Achter alle wisselende stemmingen is er een diepe vreugde. Hij heeft tot zijn leerlingen gezegd: Ik noem je geen dienaren meer, maar vrienden, want ik heb jullie alles van de Vader geopenbaard. En ook heeft Hij gezegd: Wij zullen onze intrek nemen bij ieder die mij liefheeft. En ook heeft Hij gezegd: ik wil dat mijn vreugde in jullie is.
Die vreugde is er omdat je door het doopsel voor altijd met hem en met de Vader en de Heilige Geest verbonden bent. Ik wens u allen toe dat de levende band met Christus, met de Drie-ene God versterkt wordt, ook nu, als wij straks onze eigen doop opnieuw mogen beleven met de besprenkeling na de grote waterwijding, na deze liturgie.

Preek met Kerstmis (25 en 26 december)

Het evangelie is vandaag van Mattheus. Mattheus begint het eerste hoofdstuk met de woorden: boek van de genesis, dat is wording, van Jezus Christus, zoon van God, zoon van Abraham. Genesis heet het eerste Bijbelboek waar o.a. over Abraham wordt verteld. Abraham ging op weg om een leefbaar land te vinden.
Het tweede Bijbelboek is Exodus: de joden maakten onder leiding van Mozes een exodus, een uittocht, naar een leefbare wereld, bevrijd van slavernij. Daar herinnert het 2e hoofdstuk van Matteus aan, wat we zojuist hoorden: de geboorte van Jezus lijkt op de geboorte van Mozes. Zoals Mozes na zijn geboorte moest ontsnappen aan de woede van Farao zo wordt de kleine Jezus bedreigd door koning Herodes die de eerstgeboren jongetjes in Bethlehem zal doden. Mozes zal zijn volk later uit Egypte leiden en zo zal Jezus met zijn ouders uit Egypte naar zijn eigen land teruggaan.

Ook wij die 20 eeuwen later dan Christus leven mogen ons spiegelen aan het joodse volk. Zoals Abraham zich los moest maken van de afgoden van zijn tijd en de roepstem van God moest volgen, zo ook wij. En zoals het joodse volk bevrijd moest worden van de slavernij in Egypte, zo zullen ook wij los moeten komen van de vleespotten van deze tijd.
Om te begrijpen wat dit concreet betekent moeten we de kersticoon van dichtbij bekijken. De afgebeelde figuren zijn allemaal onderdeel van de omringende natuur, bergachtig, maar ook met bomen en struiken. Je ziet een grot, die open is voor de buitenlucht. Wij moderne mensen die meestal in een verstedelijkte omgeving leven voelen die verbondenheid met de natuur vaak niet meer. Op de icoon zien we de wijzen uit het oosten die een ster volgen aan een nog niet door lichtvervuiling vervaagde hemel. Op sommige kersticonen zie je ook wilde dieren die vredig naast elkaar grazen. En bomen vol vruchten.
Hier wordt uitgebeeld wat de profeten voorzegden: de woestijn zal bloeien als een roos, en leeuw en lam zullen samen weiden, een kindje zal zijn hand steken in het nest van een slang. Een visioen van harmonie van de mens in een natuurlijke omgeving. Dit is voor ons ver weg.

Wij beleven de aantasting van het milieu, het verdwijnen van veel insecten en zullen steeds meer de gevolgen gaan voelen van de opwarming van de aarde door menselijk toedoen, met droogte of overstromingen. Ook al zijn er technische oplossingen nodig voor het klimaatprobleem, dan is de oorzaak van dit probleem nog niet aangepakt. En dat is de illusie van technische vooruitgang en de idee dat wij mensen de heersers over de aarde zijn. Wij mensen hebben onszelf het middelpunt van alles gemaakt en de aarde tot een object gemaakt om te exploiteren. Paus Franciscus zegt in de encycliek Laudate si dat wij de aarde leeg plunderen. En hoe de armen in de wereld het meest te lijden hebben onder de gevolgen hiervan.
Dit klimaatprobleem is dan óók een spiritueel probleem. Daarom moeten we samen een exodus maken naar een nieuwe aardse spiritualiteit. We hebben a.h.w. ouders nodig die met hun kinderen het bos in gaan om de wonderen daar te ontdekken, in plaats van voornamelijk op een schermpje te kijken.
Want heel veel in de natuur is iets heiligs, een gave van God. Het zal ook een spiritualiteit zijn van verbondenheid, tegen alle ik-gerichte consumptiedrang in.

Iemand zei laatst: de mensheid heeft een Vader nodig die ons met elkaar bijeenhoudt. Op de kersticoon zien hoe de aarde overwelft wordt door de hemel en we zien de ontmoeting tussen hemel en aarde. We zien een herder die anders dan veel mensen van nu open staat voor de boodschap van de hemel, van engelen, we zien hoe hij zijn vreugde daarover uitblaast op een blaasinstrument. Het doet me denken aan de Oost-Nederlandse traditie van het blazen op de midwinterhoorn, waarmee dezer dagen de zon begroet wordt die vanaf nu weer wat langer gaat schijnen. De zon is ook symbool van Christus, het licht der wereld. Christus wiens komst wij vandaag vieren, wil ons helpen bij deze aardse spiritualiteit, deze aarde deemoedig te zien als een groot geschenk, en te leven met compassie voor al wat leeft, zachtmoedig, vredelievend, en met een zuiver hart. Alleen dit kan ons redden.

Preek op de 30e zondag na Pinksteren, zondag van de voorouders des Heren (16 dec. 2018)

Wellicht hebben uw kinderen ooit gevraagd: papa of mama: wie is God? Misschien hebt u op die vraag van uw kind geantwoord: God heeft de wereld gemaakt. Of God is de hoogste macht die er is. Ik denk niet zo gauw dat iemand van u gezegd heeft: God is iemand die graag een feestje geeft, want God houdt er niet van om alleen te zijn. Want dit zegt Jezus vandaag in het evangelie: ‘Een zeker iemand gaf een groot feestmaal en nodigde vele gasten’ . Zo spreekt Jezus over God. Dat is bijzonder.
De latere bezinning op het evangelie bracht de kerk ertoe, om te zeggen: God wil dit feest niet enkel vieren met mensen, God is zelf een feestelijk samenzijn van Vader, Zoon en Heilige Geest. God is geen eenzaamheid, God is een liefdes-gebeuren, waarbij de Vader zichzelf uitdrukt in de Zoon en ademt in en door de Heilige Geest. Van alle eeuwigheid en voorbij en vooraf aan alle tijd brengt de Vader de Zoon voort en de Heilige Geest en de Zoon geeft deze liefde terug aan de Vader en de Geest ademt deze liefde uit en blaast deze liefde tussen Vader en Zoon aan.

n de geloofsbelijdenis zingen wij over de Zoon die voor alle eeuwen geboren is uit de Vader en over de Geest die voortkomt uit de Vader. De Vader is de bron van alle goddelijkheid. Maar, zoals een oude kerkvader heeft gezegd: De Zoon en de Geest zijn beide de armen en handen waarmee de Vader zich in zijn liefde naar de wereld uitstrekt, om de wereld te omarmen. De Zoon is mens geworden, om de liefde van de Vader zichtbaar te maken aan de wereld. De Geest geeft ons mensen steeds een duwtje in de rug om die liefde te beantwoorden.
En zo ging Jezus steeds met allerlei mensen aan tafel. Ook met mensen die door anderen met de nek werden aangekeken, waar vrome en gelovige lieden hun neus voor ophaalden: Hij zat aan tafel met zondaars en tollenaars. Om hun te laten voelen dat God hen als zondaars niet afwees, maar juist vergeving wilden schenken.
En toen Jezus merkte dat de godsdienstige leiders dit niet konden pruimen, vertelde Jezus parabels zoals deze. Hoe mensen die daartoe het eerst genodigd waren de uitnodiging afsloegen. Zij hadden geen zin in dit feest. Het verstoorde hun leven. Hun eigen belang gaat voor. De boer met zijn akker, de handelaar met zijn vee, de pasgetrouwde met zijn jonge vrouw. Tenslotte vertelt Jezus dat armen, gebrekkigen, kreupelen en blinden wel spontaan op Gods uitnodiging voor het feestmaal ingaan en de vreugde van dit grote feestmaal volop genieten.

We moeten de betekenis hiervan goed beseffen. Het is een rechtstreeks gevolg van het liefdes gebeuren in de Heilige Drie-eenheid. God is drie in één. God is gemeenschap, maar in God is ook het anders-zijn van de ander. De Vader is niet de Zoon en niet de Geest, de Zoon is niet de Vader, en niet de Geest. En zo wil God dat ook wij mensen tot werkelijke gemeenschap met elkaar komen en dat kan alleen als het anders-zijn van de ander tot zijn recht komt. En dus dat mensen die anders zijn dan anderen niet worden buitengesloten. In de joodse religie van Jezus’ tijd werden lammen, blinden niet in de tempel toegelaten. Herders zag men als onrein, gebrekkigen als door God gestraften omwille van hun zonden of van die van hun ouders.
U kunt zelf invullen welke mensen bij ons worden buitengesloten of minder worden erkend. Om hun huidskleur, sociale afkomst of etnische afkomst of geaardheid. Het is de grote opdracht van de kerk om dit gemeen-schapsgebeuren als een feestelijk gebeuren waar te maken zodat niemand zich buitengesloten voelt. Wat in de boezem van de Drie-ene God gebeurt mag hier op aarde onder mensen worden herhaald.

In de eucharistie is Christus zelf de gastheer die een feestmaal houdt met mensen die zich verheugen in elkaar hoe verschillend mensen ook zijn: en toch betrokken op elkaar, geïnteresseerd in elkaar. Zodat ieder zich er thuis voelt. Het is de Heilige Geest die over ons komt om onszelf echt te kunnen geven aan de ander: aan onze geliefden maar ook mensen die liefde tekort komen. Pas als dit een beetje gebeurt zijn we voorbereid om kerstmis te vieren. Waar uitgerekend herders en vreemdelingen de eregasten zijn bij het kind in de kribbe.

Preek op de 26e zondag na Pinksteren (18 nov. 2018)

Jezus leert ons vandaag dat we rijk moeten zijn bij God. Je kunt nog zo veel geld hebben en schatten vergaard hebben dat je niet weet waar je het allemaal moet opbergen, zoals die rijke man in het evangelie. Als het er op aan komt is het allemaal waardeloos, als je voor God met lege handen staat.
Nu is de parabel van het evangelie vaak zó uitgelegd, dat wij het al het aardse zouden moeten minachten. Dat we pas rijk zijn voor God als we enkel het hemelse zoeken. Heiligen die de wereld ontvluchtten werden ten voorbeeld gesteld. In het Romeinse missaal is er een gebed dat luidt: leer ons het aardse te verachten om zo het hemelse lief te hebben.
Er is een traditie van strenge ascese in de geschiedenis van het christendom. Daar zijn we hier in onze streken wel van losgeraakt. We hebben als christenen de waarde van het aardse leren waarderen.
Maar tegelijk is er iets gebeurd waardoor we los zijn geraakt van een levende gemeenschap. We zijn individualisten geworden. En zo staan we voor God met lege handen als alles wat we hebben, als heel ons bezit enkel van en voor onszelf is.

Dit individualisme is een grote bedreiging voor het geloof. Omdat er zo geen levende band meer is met de schepping, de schepping van God zelf, en met de mensen om ons heen. In feite kun je dan ook geen echt blij mens meer zijn. Ik las een interview met een vermaarde hedendaagse theoloog Miroslav Wolf. Hij is geboren in Kroatië, studeerde in Duitsland en woont nu in de VS. Hij zegt: ‘In onze maatschappij zijn we vergeten blij te zijn’. Hij zegt dat wij hier in het westen geen gezamenlijk gedeeld idee van het goede meer hebben. Het goede is een privézaak geworden. En dan ben ik steeds bezig om mijn privé behoeften te vervullen: dat kan door het hebben van geld, maar ook door kennis te verzamelen met de ene cursus na de andere, de ene verre en interessante reis na de andere te maken, het lezen van het ene boek na het andere, het kan ook doordat je voor jezelf een goed reputatie opbouwt, of allemaal mooie spullen om je heen verzamelt. Maar dan heb je in feite nooit genoeg, net als die man in het evangelie die steeds nieuwe schuren bouwt.
Nee, we hoeven geen asceten te worden. We moeten de schepping en de gaven van God opnieuw leren ontdekken, als iets dat aan ons mensen gezamenlijk gegeven is.

De heilige Efrem de Syrier heeft gezegd: Zie hoe welwillend God is. Al kon Hij zonder moeite in volle schoonheid scheppen. Hij wilde dat wij ervoor zouden kiezen onszélf mooi te maken en onze schoonheid te schilderen met de kleuren die wijzelf zouden kiezen. God wil dat wij mensen er samen iets heel moois van maken, ook hier en nu in deze wereld. We hoeven de wereld niet te ontvluchten. Het gaat voor alles om liefde. Leven met liefde voor de schepping om je heen, blij kunnen zijn met de kleine dingen van deze schepping. In alle eenvoud je huis inrichten en er iets moois van maken, dat open en gastvrij is voor andere mensen die zich er ook thuis mogen voelen. Omdat je tegelijk vertrouwen in andere mensen uitstraalt.
Er zijn gelukkig ook veel heiligen geweest die vreugde vonden in de dingen van de schepping om hen heen, zoals de heilige Franciscus van Assisi, ook al leefde hijzelf in grote armoede, hij was rijk met alles wat hij om zich heen in de schepping vond, daar in de mooie natuur rond Assisi. Hij was rijk met de broederschap die hij stichtte, en waaraan ook vrouwen zoals Clara in deelden. Ik zie deze levenskunst ook terug in veel kloosters in orthodoxe landen: de gastvrije monniken of zusters onderhouden kleurige bloementuintjes bij hun cellen, zij verzorgen bijen, en schilderen iconen. De heilige Efrem gaf het voorbeeld van de schilder, we mogen het leven versieren met de kleuren die wijzelf kiezen.

Dat beleven ook de icoonschilders onder ons. In de iconen vinden zij een grote rijkdom. Er is een voorbeeld aan je gegeven, maar je mag er zelf iets nieuws van maken. De iconen verbinden je met de grotere gemeenschap van de kerk, de gemeenschap van de heiligen, tot over de grens van de dood heen. Laten we vandaag blij zijn met de nieuwe gewijde iconen. En met de rijkdom van ons geloof, dat we samen delen.

Preek op de 22e zondag na Pinksteren (21 okt. 2018)

U kent het gezelschapsspel stoelendans wel. Een groep mensen loopt rond een aantal stoelen, en op een teken moeten zij gaan zitten. Omdat er dan steeds een stoel te weinig is moet er dan iemand aan de kant staan, die mag niet meer meedoen. Bij een communicatie-training maakte ik het mee dat we de stoelendans ànders moesten doen. Niemand mocht aan de kant komen te staan, als er stoelen te weinig waren was er altijd nog wel een zitplaats op de knieën  van de deelnemers. Wij bleven één groep. Niemand werd buitengesloten. Bij de grote stoelendans van het leven vallen er steeds mensen buiten de boot die niet meer mee mogen doen.
Zo iemand is de arme Lazarus. Hij ligt bij de rijke op de stoep uitgerangeerd. De rijke blijft er bij horen. Hij kan elke dag feest vieren met andere succesvolle mensen. Als hij dood is krijgt hij een chique, eervolle begrafenis. Maar de wereld kan niet geregeerd worden door het recht van de sterkste. Het gaat om het recht van de zwakkeren, de minderen. Dit is de betekenis van ons christelijk geloof.

God is mens geworden in Jezus. Bij zijn geboorte ligt Hij in armoede, in een grot die als beestenstal wordt gebruikt, en met arme berooide herders als eregasten. Die ruiken niet fris, ze spreken niet met een gepolijste taal. God is liefde en God wordt zichtbaar overal waar mensen echte zorg hebben voor armen en noodlijdenden. Hoe beslissend dit is, maakt Jezus hier duidelijk. Aan het einde van het evangelie gaapt er een onoverbrugbare kloof tussen Lazarus in de hemel en de rijke in de hel. Wat wij doen en laten heeft gevolgen voor de eeuwigheid. Hoe wij de armen in de wereld behandelen, hoe wij ons gedragen tegenover mensen die uitgerangeerd zijn.
Wil onze samenleving menselijk blijven moeten wij het leven zien als een groot mysterie dat een grote eerbied vraagt. Zoals een Indiaanse hoofdman het heeft gezegd: wij mensen hebben het web van het leven niet zelf geweven. Wij mogen ons er eerbiedig invoegen en we mogen het niet kapot maken. Maar wie het leven ziet als een ratrace om de beste plaats te bemachtigen, ten koste van anderen, is een arme stakker die totaal vervreemd is van waar het eigenlijk om gaat.

Voor Jezus heeft de arme Lazarus een naam. Omdat hij een naam heeft, heeft hij betekenis. De rijke heeft geen naam. Hij is voor de geschiedenis eigenlijk van geen betekenis. Het evangelie vraagt dan ook van ons dat wij zelf leven in een geest van armoede. Wat dat betekent is voor iedereen verschillend. De een heeft nu eenmaal meer inkomen dan de ander. Maar de geest van armoede betekent dat wij onze rijkdom niet enkel voor onszelf houden maar durven delen met mensen die het minder hebben. Het gaat om een geest van onthechting. Dat we niet met alle nieuwste mode-dingen hoeven mee te doen. Het gaat om het vinden van een innerlijke rijkdom. Het gaat om innerlijke vrijheid. Het gaat ook om innerlijke stilte. Je geluk hangt niet af van het hebben van allerlei spullen. Het betekent ook afzien van persoonlijk winstbejag. Als je gezond bent kun je je inzetten voor anderen, die die lichamelijke gezondheid missen. Ook de talenten die je hebt gekregen zijn gaven van God. Je hebt ze niet gekregen voor jezelf alleen.

In de 5e eeuw zag Johannes Chrysostomus bisschop van Constantinopel veel armen, veel mensen zonder huis noch dak, ja veel vluchtelingen. Hij zei: “In plaats van u te ergeren over al deze vluchtelingen in de stad, zoudt gij trots  moeten zijn dat ze onze stad hebben gekozen als plaats van redding en hulp”. En elders, zegt hij: “Abraham, voorbeeld van gastvrijheid, heeft zonder het te weten de Allerhoogste ontvangen, wij daarentegen weten dat de vreemde, de hongerige die voor onze deur staat, Christus is, die om hulp vraagt. Hem kunnen wij in ons huis opnemen”. Bij die alternatieve stoelendans waar iedereen zijn plekje vond ook op andermans knieën, was er echte verbondenheid. We beleefden er een bijzonder plezier aan. Onze wereld wint enorm veel aan geluk als wij mensen dit ook in het echt waarmaken. Een beetje bij elkaar inschikken om iedereen de ruimte te geven. Zodat  zo min mogelijk iemand uit de boot valt.