Preek op de 5ee zondag van Pasen, 15 mei 2022

De apostelen en de andere leerlingen van Jezus hadden er moeite mee om te erkennen dat Jezus uit de dood is opgestaan. Ze waren angstig bijeen achter gesloten deuren, als Jezus hun verschijnt. Op een later moment gaat een groep van zeven leerlingen terug naar Galilea en daar nemen ze hun oude beroep weer op. Ze gaan weer vissen. Als Jezus dan plotseling op de oever van het meer verschijnt hebben ze moeite om Hem te herkennen. Na een nacht waarin ze niets hebben gevangen gooien ze opnieuw op gezag van Jezus hun netten uit en vangen ze een overvloed aan vis. De werkelijkheid van de Verrezen Christus dringt pas geleidelijk tot hen door. Pas met Pinksteren worden het moedige getuigen.

Dit geldt ook voor ons: ook wij hebben de tijd nodig om tot ons door te laten dringen dat Christus leeft, dat Hij verrezen is. Afgelopen woensdag vierde de byzantijnse traditie het feest van Midpinksteren. Halverwege tussen Pasen en Pinksteren. Dan wordt herinnerd aan het 7e hoofdstuk van het Johannesevangelie waar Jezus uitriep: ‘Komt allen naar mij die dorst hebt en stromen van levend water zullen uit je binnenste vloeien’. Een aanduiding van de Geest, die met Pinksteren over allen wordt uitgestort. Daar sluit het evangelie van vandaag op aan. Jezus belooft de Samaritaanse vrouw levend water. Jezus zelf is het levende water, Hijzelf is bron van leven. In de kondakia werd gezongen van water van wijsheid en water van onsterfelijkheid. Wij leven tussen Pasen en Pinksteren. Dat betekent dat wij week in week uit meer ervan doordrongen mogen worden dat Christus werkelijk onder ons leeft.
Wat betekent dit heel concreet? Het evangelie van de Samaritaanse vrouw geeft ons hier enkele aanwijzingen. We hoorden dat de apostelen verwonderd zijn dat Jezus met een vrouw in gesprek is. Hoe Jezus met vrouwen omging was revolutionair. Later zal Paulus zeggen dat er in Christus geen onderscheid meer is tussen Jood en Griek, slaaf en vrije en man en vrouw.

Ook vandaag de dag mogen wij als christenen mee ijveren voor de erkenning van de waardigheid van vrouwen en meisjes.  Paus Franciscus is bezig met de hervorming van het Romeinse bestuursapparaat, de Curie. Voortaan zullen vrouwen de leiding kunnen krijgen naast mannelijke leken van Romeinse bestuursinstanties. Een ander opvallend iets is dat Jezus hier in dit evangelieverhaal spreekt met een Samaritaanse, en dit terwijl Joden niet omgingen met Samaritanen omdat die als een soort ongelovigen werden gezien. Als christenen zullen wij ons moeten verzetten tegen elke vorm van discriminatie van mensen van een andere bevolkingsgroep, andere religie of huidskleur.

Vandaag wordt pater Titus Brandsma heilig verklaard. Het was de tijd van fascisme en nationaal socialisme. Met de verschrikkelijke vervolging van Joden en Roma’s en Sinti. De Nazi’s hadden ons land bezet. Juist toen was pater Brandsma hoofdredacteur van een krant en ijverde hij ervoor dat de katholieke dagbladpers in ons land integer bleef. Hij verzette zich tegen de taal van haat en verdeeldheid die ook toen gemeengoed werd. Wat we nu ‘nepnieuws’ noemen, mocht niet gepubliceerd worden de katholieke pers. Hij bepleitte met succes een bisschoppelijk verbod op het afdrukken van nationaalsocialistische propaganda in katholieke dagbladen. Hierom werd hij in 1942 door de Nazi’s gevangen genomen en in het concentratiekamp Dachau vermoord. In Bolsward is het Titus Brandsmamuseum. Daar kom je onder de indruk van zijn diep doorleefde geloof. Zijn  geloof was een werkelijke bron waar hij in die uiterst moeilijke tijd uit putte. Als water van wijsheid en water van onsterfelijkheid. Zijn medegevangenen waren diep onder de indruk van de rust die hij door zijn geloof uitstraalde. Hij wist zich in Christus geborgen, en hij werd zo voor velen een steun en een troost. Hij is voor ons allemaal een voorbeeld hoe je het geloof dat Christus Verrezen is en die de dood heeft overwonnen, eigen kunt maken.

vader Paul

 

Preek met Pasen.  20 april 2022

Pasen is het feest van de overwinning op de dood. Maar hoe denken 
wij over de dood? Kun je wel op een nuchtere, verstandelijke manier praten over de dood? De Stoïcijnen uit de Romeinse oudheid probeerden dat wel. Ze zeiden: je moet de dood onder ogen zien en je er bij neerleggen dat we sterfelijk zijn. Niet te veel treuren om de dood. Die Stoïcijnse levenshouding kom je ook nu nog tegen.
Iemand zei mij laatst: als je sterft is het met je afgelopen. Een tijd lang denken mensen nog wel aan je en dan besta je nog wel voor hen. Maar op een gegeven moment zijn die er ook niet meer, dan is het echt afgelopen en uit. Veel mensen denken zo, voor hen bestaat er geen leven na de dood. Maar zo nuchter als dit wordt gedacht is het ook niet. Een groep niet gelovige mensen werd gevraagd: stel dat
er wel een leven na de dood is, wie zouden jullie dan willen terugzien? Wat bleek: die ongelovige mensen reageerden emotioneel. Ze noemden dierbare gestorvenen die zij nog heel graag zouden willen ontmoeten, bij sommigen met tranen in de ogen. Bij de dood horen diepe gevoelens. Ontroerende maar ook angstige.
Vaak drukken mensen onaangename gevoelens bij de dood weg. De reclamecampagne van Sire geeft er voorbeelden van. Iemand die op
een zware operatie wacht krijgt te horen: ach, straks ben je er weer helemaal de oude. Een ander die zojuist een jeugdvriend verloren heeft hoort: gelukkig dat het geen familie is. De campagne spoort ons aan om niet óver de dood heen te praten, maar om mét mensen die met de dood te maken krijgen echt in gesprek te gaan. Wij vieren als gelovigen Pasen, maar we kunnen de realiteit van het Kruis dat er aan voorafging niet ontkennen. De gruwelijke realiteit ervan. Zoals de beelden van de lijken langs de weg in het Oekraïense Boetsja en de ruïnes van Marioepol op ons netvlies blijven branden. De vreugde van Pasen is pas echt als we eerst de droefheid van de dood doorleefden.

In het evangelie van Marcus zien de vrouwen het lege graf en worden angstig, vluchten ervan weg en durven er niet over te praten. Het is huiveringwekkend, dat Jezus leeft dringt nog niet echt tot hen door. In het evangelie van Johannes ziet de apostel het lege graf en dan staat er: hij zag en geloofde. Hij zag een donker zwart
gat, hij zag de realiteit van de dood. Maar hij keek er als het ware doorheen. Hij geloofde: het begon hem te dagen dat de dood het einde niet kon zijn. De overweldigende liefde van Jezus kon niet zomaar verloren zijn, voorgoed uitgewist.

En geldt dit ook niet voor ons? Hoe verschrikkelijk de dood ook kan zijn, des te meer beseffen we hoe onvoorstelbaar mooi het leven is. De overlevenden in
Boetsja zeiden het: het was hier zo mooi voordat de Russen kwamen, we leefden hier heel gelukkig. Geloven in een hiernamaals is geen vlucht, geen compensatie voor een onvolmaakt aards bestaan, maar een verlengstuk van een prachtig heden. Ook al kunnen we er ons geen echte voorstelling van maken. De Stoïcijnen zeiden: je moet je hier in dit aardse leven niet te druk maken, blijf kalm en beheerst bij alles wat er gebeurt.
Maar wie echt gelooft zal het leven hier op aarde des te meer waarderen en het leven met passie en liefde omhelzen. Dan blijf je niet Stoïcijns aan de kant staan. Dan engageer je je, volledig betrokken. Ook een echte monnik die teruggetrokken leeft doet dit. Als christen leef je met humor. Want je lijdt niet aan de kramp dat het hier op aarde perse volmaakt moet zijn. Zonder de druk dat je in alles succesvol moet zijn. Wetend dat je juist ook door verdriet en gemis een rijper mens kan worden. Een christen kan eindeloos en belangeloos liefhebben. Als
de geliefde sterft, weet je van de verrijzenis en dat betekent dat het afscheid niet definitief is. Liefde is sterker dan de dood.

Vader Paul

 

Preek op Derde zondag van de Vasten, de zondag van het Kruis
20 maart 2022

De oorlog in Oekraïne is ook een religieus conflict dat de orthodoxe kerken verscheurt. De kwestie is of onze christelijke godsdienst de godsdienst van één speciaal bevoorrecht land, van één natie is of een godsdienst voor alle mensen, ongeacht hun afkomst, ongeacht het volk, waartoe zij behoren.
De Russisch orthodoxe kerk in Amsterdam is een geestelijk tehuis voor Russen, maar ook voor Oekraïners,  mensen uit andere orthodoxe landen en ook Britten, Amerikanen en natuurlijk Nederlanders. Deze parochie heeft gebroken met de Patriarch van Moskou die een nationalistische religie aanhangt. Deze meent dat God aan de Russische kant staat, en dus aan de goede kant, tegenover de Oekraïners en het westen aan de verkeerde kant.

Het doet mij denken aan de oorsprong van ons geloof. Het ontstond bij een verzameling Israëlische stammen die zo’n 1000 jaar voor Christus onder koning David verenigd werden. Hun God was een stamgod, en een krijgsgod. In de Bijbel lezen wij hoe hun God hen hielp tegen de macht van de farao in Egypte, en bij de tocht naar het beloofde land in de strijd tegen Amalekieten en in hun eigen land, tegen Filistijnen. Koning Saul viel bij God in ongenade omdat hij een vijandig stadje niet totaal vernietigde. Deze verhalen met geweld schrikken ons af. Totdat de joden weggevoerd werden naar Babylon. Een gigantisch drama. Hun land was bezet, hun tempel verwoest. En toen gebeurde er iets met hun godsgeloof. De joden ontdekten dat hun God veel groter is dan een stamgod: Hij werd de God van hemel en aarde. Het Bijbelse scheppingsverhaal is toen ontstaan. En ook ontdekten ze dat hun God niet een krijgsgod is die regeert via geweld, maar een God die geweld afwijst. De profeet Jesaja profeteert: ze zullen hun zwaarden omsmeden tot ploegijzers en hun lansen als sikkels. En over een dienaar van de Heer die niet schreeuwt en roept, maar het geknakte riet niet breekt en de kwijnende vlaspit niet dooft, die geweldloos gruwelijk lijden ondergaat.

We herkennen in deze woorden de lijdende Christus aan het kruis. Aan het kruis zien we hoe God geen krijgsgod is, maar hoe God lijdt samen met allen die door geweld bedreigd worden. Het is vandaag de zondag van het heilig Kruis. En we zien in de wijd uitgestrekte armen van de lijdende Christus, Gods erbarmende liefde die alle mensen van alle volkeren wil omvatten. Het christendom kan geen nationalistische religie zijn. Geen religie van wij tegenover zij. Zeker, het christendom moet zich kunnen nestelen in een volk, de liefde die mensen voor hun eigen volk hebben mag er een plaats hebben. De Russen zien Kiev als de bakermat van hun christelijk geloof, sinds de bekering van vorst Vladimir ruim duizend jaar geleden, maar deze liefde mag de liefde van Oekraïners voor hun land en voor wie Kiev hun hoofdstad is niet in de weg staan.  En het Oekraïense volk mag zich verdedigen tegen een brute Russische agressor.
Wat betekent het woord katholiek in de christelijke en dus ook Russische geloofsbelijdenis? Dat God ruimte geeft aan allerlei volken, allerlei talen, allerlei culturen. Met een visioen van vrede. Als christenen zijn we allemaal burgers van Gods Koninkrijk, ieder met zijn eigen volk en eigen staat. Een gelovige die zelf als adoptiekind door liefdevolle adoptieouders was opgevoed, zei: is niet iedere gelovige geadopteerd, en wel geadopteerd door God. Niet het behoren tot een bepaalde familie, stam, volk of natie bepaalt het christenzijn maar dat je door God liefdevol bent aangenomen als zijn kind. Daar past geen wij tegenover zij denken bij.
Bij al onze solidariteit met het Oekraïense volk, moeten we oppassen dat wij de gewone Russen niet afschrijven. We moeten ons ook verbonden voelen met die miljoenen Russen die geen oorlog willen, die de straat niet meer op kunnen gaan om te protesteren en zelfs met de Russische soldaat die Poetins orders uitvoert omdat hij anders heel zwaar gestraft wordt. Gebed om vrede is ons sterkste wapen.

vader Paul

 

Preek op Zondag van het afscheid van vlees
20 februari 2022
 

Hoe kunnen wij getuigen zijn van Christus in onze tijd? Het is de belangrijkste vraag van het synodaal beraad dat momenteel in onze katholieke kerk wordt gehouden. Ik maakte in dit kader een gesprek mee van emeriti pastores, olv. een hulpbisschop. Het was een eerlijk gesprek. Er zijn wel enkele heikele punten. Wie gescheiden is en daarna burgerlijk hertrouwd, en ook homo en lesbische mensen die in een relatie leven, zijn officieel uitgesloten van een kerkelijke functie. Worden hiermee geen gelovigen buitengesloten? Ik zag op TV de voltooide naschildering van Rembrandts Nachtwacht. Via een oude kopie en computer berekeningen zijn de delen die ooit afgesneden waren er opnieuw bij geschilderd. Het schilderij blijkt hiermee aanmerkelijk aan diepte en zeggingskracht te winnen. Aanvankelijk zouden deze delen van de naschildering weer afgesneden worden. Maar men zag er terecht van af dit te doen. De kerk is Gods kunstwerk. Als daar alleen de kerkelijk erkend gehuwden, en vooral mannelijke celibatairen een functie verdienen, gaat veel verloren van de rijkdom die vrouwen, LHBT'ers en soms ook zij die een nieuw huwelijk zijn aangegaan kunnen geven. Mag hun inbreng afgesneden blijven? Sommigen blijven de kerk net als de Nachtwacht zoals ze die vanouds kennen koesteren. Doet dit God als kunstenaar niet te kort?
In de Byzantijnse kerken geldt dat bij de toepassing van kerkelijke regels altijd de barmhartigheid van Christus merkbaar moet blijven. Men noemt dit de oikonomia. Als bijvoorbeeld een huwelijk gestrand is, is er in de oosterse kerken na een periode van inkeer een inzegening van een nieuwe relatie mogelijk. Er moet een gelovige en sacramentele toekomst zijn voor oprechte gelovigen die gescheiden zijn. Maatwerk dus.
De Rooms-katholieke kerk beroept zich op de natuurwet voor de afwijzing van homorelaties. Maar verschillende theologen, juist ook orthodoxe zeggen: een menselijk persoon is uniek. Een enkeling die in zichzelf bijzonder is mag niet opgeslorpt worden door een algemene natuurwet. Een mooi kerklied luidt: waar liefde is en vriendschap, daar is God. Er zijn nogal wat mensen die zoveel van elkaar houden dat zij hun liefde zien als iets van God zelf. Ook homo en lesbische mensen kunnen dit ervaren. Liefde als een geschenk van God. Zou de kerk dit niet moeten erkennen?

Luisteren we dan naar het evangelie van vandaag. Christus komt tot ons door de stem en de ogen van een vreemdeling, een vluchteling, zieken en armen. Ook mensen die gevangen zitten, op welke manier ook, en zeker ook in hen die gediscrimineerd of achtergesteld worden. Geeft onze kerk voldoende ruimte aan hen die aan de kant staan? Iemand schreef: het synodaal beraad is iets anders dan een vergadering van een sportclub. En paus Franciscus zei dat het synodaal beraad niet zomaar een opiniepeiling is. Als wij als christenen samen spreken in de kerk, moeten we beseffen dat onze kerk het mysterie van Christus is. Christus leeft in het hart van iedere mens. Zijn wij in staat de ander werkelijk te ontmoeten? Mogen gelovigen die zich miskend en achtergesteld voelen dan nog wel worden buitengesloten? Zijn we niet allemaal net als Christus in ons diepste innerlijk beeld van God, afdruk van Gods liefde? Mensen die geroepen zijn voor taken in de kerk mogen een weerspiegeling zijn van de diversiteit die er onder gelovigen bestaat. Paus Franciscus waarschuwt voortdurend dat priesters geen klerikale kaste mogen vormen. Die klerikale kaste leidde ertoe dat seksueel misbruik toegedekt werd. De paus wijst erop dat er een rijkdom aan charismá’s is, dat zijn bijzondere gaven, bij mannen en vrouwen die niet priester zijn. Gaven om voor te gaan in gebed, in diaconie of catechese en bestuur. Hun waardevolle inbreng en rijkdom zou meer benut moeten worden voor taken in de kerk. We moeten ons bewust zijn dat de Heilige Geest deze charisma’s geeft. Het synodaal proces is als een pelgrimstocht. Als voorbereiding op de grote bisschoppen synode die in 2023 in Rome wordt gehouden. U moet maar eens kijken hoe u, als u dit wilt, mee kunt doen aan het synodaal beraad in uw eigen parochie, als u dat nog niet gedaan hebt.

Vader Paul

 

Overweging bij Kerstmis 2021 

 

kersticoon

 

Wij moeten meer leren leven vanuit ons hart. Niet alleen met het verstand. Met ons verstand meten we van alles. Iemand heeft een boek geschreven dat heet ‘de meetmaatschappij’. De waarde van ons leven wordt gemeten met cijfers. Bij het schoolrapport, op de universiteit. Werknemers worden beoordeeld op meetresultaten. Meten is tellen. Met een stappenteller gaat men wandelen. In de sport tellen de winnaars en niet de verliezers. Iedereen kent Oom Dagobert en Scrooge uit Dickens’ kerstvertelling. Die tellen alleen maar hun centen en ze zijn onsympathieke mensen. Leven vanuit je hart. Menig werk geeft pas voldoening als je het vanuit je hart doet. In de kerk zijn we gewend het aantal kerkgangers te tellen. Maar het gaat bij het geloof niet om de kwantiteit, het gaat om de kwaliteit van onze gelovige bezieling. En die is niet te meten met een telapparaat.

Kijken we vandaag naar de kersticoon. Wat beweegt de wijzen uit het oosten om een ster achterna te gaan? Is het alleen nieuwsgierigheid van sterrenkundigen? Nee het sluit aan op een diep verlangen dat in elk mensenhart leeft. Het zoeken naar waarheid, goedheid en schoonheid. Een nieuwe ster aan de hemel duidt op de komst Diegene die dit in de wereld brengt. Daarom gaan ze die ster achterna.
Wat in een mensenhart leeft zien we ook uitgebeeld in de figuur van Jozef. Hij zit met het hoofd in de handen. Zijn hart is vol vragen. Hij begrijpt niet hoe Maria buiten hem om dit kind heeft gekregen. Om Maria niet in opspraak te brengen wilde hij bij zijn verloofde weg gaan. Op de icoon zien we de profeet Jesaja die zijn vragen beantwoordt. Die wijst op wat er geschreven staat dat een maagd een zoon zal baren en dat zijn naam is: Emmanuel, God met ons. Met zijn verstand kan Jozef er niet bij, met zijn hart komt hij tot gelovige overgave aan het mysterie. Geloven is niet iets dat je met je verstand kan beredeneren, geloven is gewoon doen.

Leven vanuit je hart dat doe je dan ook als je voor een ander zorgt. We zien dit ook uitgebeeld op de icoon in de vrouwen die het pasgeboren kindje in bad doen. Hier kan ieder van ons zich in herkennen die voor een ander zorgt.
Leven vanuit je hart dat doen ook de herders. In de maatschappij van toen telden ze niet mee. Vaak zie je ze met een blaasinstrument aan de mond: ze bazuinen hun vreugde uit over de geboorte van Christus. Die liet hun voelen dat ze er bij mogen horen. Geloven vanuit je hart is ook zingen vanuit de vreugde om wat het geloof ons geeft.
Leven vanuit je hart zien we ook bij Maria. Ze is in gedachten verzonken, ze kijkt het pasgeboren kind niet aan. Hier zien we wat het evangelie zegt: zij overwoog alles bij zich zelf en bewaarde het in haar hart. Zo wordt ons hart een bewaarplaats, een schatkamer van dingen waar wij dankbaar voor mogen zijn en die we moeten herinneren. Maria leert ons om alle dingen waar we dankbaar voor mogen zijn te koesteren. Als iets waarin Gods liefde aan ons geopenbaard wordt. Zo mogen we Kerstmis vieren met een dankbaar hart.

vader Paul

 

Preek zondag voor Kerstmis.  19 december 2021

We hoorden zojuist in het evangelie de geslachtslijst van Jezus voorlezen. Jezus is en  blijft een lid van een volk, een volk waar niets menselijks vreemd aan is. Vier keer wordt in de geslachtslijst de naam van een vrouw genoemd. En juist bij deze vrouwen hoort een verhaal dat in een roemvolle joodse stamboom eigenlijk niet zou passen. Juda de zoon van aartsvader Jacob verwekte Jesse, een voorvader van Jezus bij Tamar. Deze Tamar was zijn schoondochter en zij had zich verkleed als prostituee en zonder dat hij haar herkende had Juda gemeenschap met haar. De naam Rachab wordt vermeld en zij is ook een prostituee, en Ruth is een niet-joodse, die de grootmoeder wordt van Koning David, en ook dit lijkt een oneffenheid in deze joodse stamboom. De vierde vrouw is Batseba, de vrouw die koning David van haar man Uria afnam. David liet Uria daarvoor doden in de strijd. God schaamt zich niet voor ons mensen met onze zondige geschiedenis.

Op de icoon van Kerstmis zien we straks de grot van de geboorte waar het Jezuskind ligt afgebeeld. Het is een zwart gat in de aarde. Zwart is de kleur van het negatieve, van de dood en van de slechtheid. Zo diep daalt God af, dat God ons menszijn tot in de diepste afgrond wil delen. Jezus zal als hij groot wordt met zondaars en tollenaars aan tafel gaan, Hij zal als een misdadiger terechtgesteld en gekruisigd worden. Hij wordt één met mensen die door de andere mensen afgeschreven worden. Wat zegt ons dit allemaal?
De heilige Silouan van de Athos groeide op als een stoere boerenjongen in Rusland. Op een zeker moment wilde een andere jongen hem zijn accordeon afpakken. Silouan gaf die dief een enorme klap waar deze maanden later nog last van had. Ook om indruk te maken op de meisjes die het zagen gebeuren. Later besefte hij: ik had hem wel dood kunnen slaan. Hij heeft er als monnik boete voor gedaan.

Wij moeten ons als Nederlanders schamen voor de misdaden van ons koloniale verleden. In onze welvaart profiteren wij van kleding die voor een hongerloon en met kinderarbeid gemaakt wordt, we gebruiken accu’s in auto’s en mobieltjes waarvan de grondstoffen in arme landen met schandalige toestanden gewonnen worden. De opwarming van de aarde wordt vooral in rijke landen veroorzaakt en de mensen in de arme landen lijden het meest door de gevolgen: door droogte of door overstromingen.
Jezus leert ons vandaag wat solidariteit betekent, verbondenheid met mensen die goede en slechte dingen doen. Wij behoren tot een zondige mensheid. Niet dat wij ieder voor zich slechte mensen zijn. Maar wel past ons grote nederigheid. Zeker, we zullen geen politieagenten, ambulance-broeders en brandweerlieden met vuurwerk bekogelen, De lieden die dat doen moeten gestraft worden. Het is waar: het kwaad kan sommige mensen helemaal in de greep krijgen. De maatschappij moet tegen zulke lieden beschermd worden. Maar we moeten ons wel afvragen: stel dat je zelf in een achterstandsbuurt opgroeide, of dat je als kind geen veilig thuis had met een gewelddadige alcoholistische vader en dat je nooit een goede begeleiding hebt gekregen om dit te kunnen verwerken? We hadden het zelf kunnen zijn. Jezus roept in de Bergrede op tot zachtmoedigheid. En hij zei: wie van jullie zonder zonde is werpe de eerste steen. Pas op voor vergelding. Vaak roept het ene kwaad het andere op. We moeten slechte daden veroordelen, maar de geweldplegers wel als mensen blijven zien, geschapen naar het beeld van God.
Met Kerstmis zijn het de herders die het eerste bij de pasgeboren Jezus op bezoek komen. Herders hadden in het land van Jezus een slechte naam. Als je nergens meer voor deugde werd je herder, ze vloekten en stonken en men zei dat ze het met beesten deden. Gevangenispastores halen in gesprekken met gedetineerden, jongeren en ouderen, vaak hun diepere menselijke gevoelens naar boven. Hun zachte kant die er vaak ook is.
Kerstmis is het feest dat God mens wordt omdat God van mensen houdt. Gods compassie met ons mensen. Omdat ieder mens geschapen is naar het beeld van God. En dat God er op uit is om dit geschonden beeld van God in mensen te herstellen.

vader Paul 

 

Preek bij de intrede van de Moeder Gods in de tempel.  21 november 2021

Het feest van Maria’s intrede in de tempel gaat over een gebeurtenis die niet in de Bijbel  wordt verteld, maar wel in het Proto evangelie van Jakobus, 200 jaar na Chr. De ouders van Maria, Joachim en Anna, zijn zo dankbaar voor de geboorte van hun dochter Maria dat zij besluiten haar aan God toe te wijden. Ze brengen zij haar, op de leeftijd van drie jaar, naar de tempel in Jeruzalem. Net als de jonge Samuel van wie de moeder Hannah, net als Anna, de moeder van Maria ook lange tijd onvruchtbaar bleef. Hannah bood ook haar kind in Silo als een geschenk aan God. Maria bleef in de tempel tot haar twaalfde jaar, totdat ze aan Jozef werd toegewezen als haar voogd. 

De datum, 21 november, is die van de inwijding van een kerk in Jeruzalem die aan Maria gewijd is in 543. Deze kerk staat dicht bij de verwoeste tempel. Maria die in de tempel aan God wordt toegewijd wordt zelf als de tempel gezien. Vandaar de plaats van deze Mariakerk. De tempel is de plaats waar God verblijf houdt en zo wordt Maria voorbereid om moeder van de Verlosser te worden. Het feest werd sindsdien in het hele Oosten gevierd, en in de negende eeuw in de kloosters van Zuid-Italië ingevoerd en zo ook in de westerse, Latijnse kerk, Maar onder de meeste katholieken is dit feest minder bekend.
In het oosten behoort het tot de 12 grote feesten. Het is inderdaad een belangrijk feest. Maria's intrede in de tempel toont haar totale toewijding aan God. Juist de tempel is de plaats om blijvend in de tegenwoordigheid van God te zijn. Maria heeft dus al heel jong geleerd heeft biddend te leven. Op de icoon van dit feest zien we ook hoe Maria in de tempel door een engel met brood uit de hemel gevoed wordt. Maria leeft dus letterlijk uit het woord van God. Wat we in het evangelie lezen als Jezus geboren is en de herders op bezoek waren geweest: Maria bewaarde al deze dingen in haar hart en overwoog ze bij zichzelf.

Deze biddende houding van Maria is een voorbeeld voor onze tijd. Ik las in de krant een boeiend interview met een Afrikaanse priester, een pater Dominicaan. Hij heet Godfrey Nzamujo. Hij woont in Benin en is helemaal vervuld van een grote eerbied voor alles in de natuur. Hij is biochemisch wetenschapper en als hij in het lab bezig is ziet hij de hand van God in chemische processen en in de kleinste bacteriën. Hij heeft in Benin een opleiding voor jonge boeren gesticht. Hij leert hen dat alles in de natuur een functie heeft en alles met elkaar samenhangt en dat je voor landbouw en veeteelt geen kunstmest of bestrijdingsmiddelen hoeft te gebruiken. Gewassen kweken moet samen gaan met dieren houden. Insecten die vaak als schadelijk worden gezien hebben toch hun functie. Ook afval kan altijd opnieuw gebruikt worden en boeren moeten vooral produceren voor de lokale markt. Deze Dominicaan was hier in Nederland om ook hier zijn ideeën te delen met boeren die hier meer duurzaam en circulair willen werken Dit is van het grootste belang ook voor ons land. Pater Znamujo vertelt: iedere ochtend ga ik zitten en dan kijk ik alleen maar. Wat gebeurt er vandaag om me heen? Dat gaat dan over in meditatie en gebed.
Dit is wat Maria ons allemaal vandaag leert. De moderne mens is dit helemaal verleerd. De moderne mens wil alles onder controle houden. Hoe alles op een door God wonderlijk bezielde manier een samenhang vormt heeft hij uit het oog verloren. Een samenhang die je niet mag verstoren Voor de moderne mens is geld en winst de belangrijkste drijfveer. Maar uiteindelijk verwoest de mens daarmee de aarde en dan is het geldelijk verlies oneindig groot. Eerbied voor Gods aanwezigheid in alles dat leert ons Maria vandaag.

Er hangt een schilderij van Maria, in de kamer waar de paus bezoekers ontvangt: Maria die knopen ontwart.  Wat de moderne mens met de wereld heeft aangericht is een haast onontwarbare knoop geworden. Maria helpt ons door een contemplatieve houding heel dicht bij de gewone dingen in de natuur en ook in de medemensen de knopen te ontwarren en het ware leven met al zijn mogelijkheid en vruchtbaarheid opnieuw te ontdekken.

Vader Paul

 

Preek op de 21e zondag na Pinksteren
17 oktober 2021.  Evangelie: Lucas 8, 5-15

Vanwege een gebroken arm kon vader Paul niet bij de viering van vandaag zijn. Diaken Wim Tobé gaf de onderstaande preek.

Medechristenen,
In één van de TV-quizzen mogen deelnemers kiezen uit een  vraag, die gemakkelijk is of die moeilijk is. Op het eerste zicht lijkt het me, dat het Evangelie in onze liturgie tot de gemakkelijke categorie behoort. Bovendien wordt ’t mij als predikant niet moeilijk gemaakt. Immers, Jezus geeft zelf de uitleg, ofschoon Hij zelf zegt aan zijn leerlingen: “dat zij de geheimen van het koninkrijk kennen”. En Hij geeft aan, dat zij Hem wel begrijpen, want “met oren verstaan zíj wel en met hun ogen zíen zij”.  Nou ja, het evangelie geeft op sommige plaatsen ook wel wat anders aan, dan dat de leerlingen alles zouden doorzien en begrijpen. Maar dat is nou typisch het woord van de Heer. Hij prikkelt de toehoorder. Hij zegt niet voor niets: “Wie oren heeft om te horen, moet horen”. Dat is geen vaststelling van een feit, maar een opdracht. En wat is dan die opdracht? Wel, we moeten werken me datgene wat we in het leven gekregen hebben.

Het is zoals met die agrariër in het evangelie. Die akker heeft hij geërfd of gekocht of in gebruik gekregen – die akker ligt er al. Maar hoe brengt zo’n stuk land vruchten op? Net zoals die agrariër worden ook wij geprikkeld om deze wereld en ons leven - dat we in ‘bruikleen’ hebben gekregen - vruchten te laten opbrengen. Hoe doen we dat met onze akker, die onze wereld is:
          - waarin de macht van de sterkte de dienst uitmaakt?
          - waarin kapitaal tot hoogste goed is verheven? 
          - waarin racisme mensen dagelijks uitsluit?
          - waarin ellebogenwerk de kleinen vernedert?
          - waarin discriminatie aan de orde van de dag is?
          - moord en doodslag dagelijks werk is?

De vraag herhaald: ”Hoe doen we dat?” Laten we maar meteen heel eerlijk zijn: het gaat ons zoals we hier zijn niet lukken om de grote wereldproblemen aan te pakken. Anders zou het al lang gebeurd zijn. Hoe krijgen wij dan ooit een beeld van het Koninkrijk van God? Dat lukt alleen door er over te spreken in gelijkenissen en daar naar te handelen.

Het Koninkrijk Gods wordt in het evangelie met veel beelden vergeleken: we hoorden zojuist de akker, maar ook met een maaltijd en met een woning (in het huis van mijn Vader zijn veel woningen – menige asielzoekers en jongeren zien er naar uit maar dan wel hier), maar er zijn ook parabels over het mosterdzaadje, parels, zuurdesem, met goede raad, met een schat in de akker, met een sleepnet, met een landeigenaar om arbeiders te huren en we kennen de parabel van de 10 maagden. Er is genoeg. Over zaken zoals Koninkrijk Gods is geen andere manier van spreken denkbaar dan in gelijkenissen – of ze uit het evangelie komen of uit de literaire wereld van boeken en verhalen.

Er zijn nu eenmaal onderwerpen, waarover je alleen in beelden kunt spreken: we doen het zelf ook: spreken over liefde, geluk, rouw, vergeving, angst, verbondenheid, gehoorzaamheid enz. enz. Daarvan kun je nu eenmaal niet iets zichtbaars als een voorwerp neerzetten om te laten zien hoe het er uitziet. Dat komt van binnenuit. Alleen in verhalen kun je dat tot uitdrukking brengen.
Jezus zegt niet voor niets: “Wie oren heeft om te horen, moet verstaan” en: “Wie ogen heeft om te kijken, moet zien”. 

De kernzin van dit evangelie is wellicht het minst opvallende  zinnetje, waarin Jezus zegt: “Het zaad is het woord van God!”  “O ja,” zeggen we dan, “wat uit de mond van God komt zijn z’n geboden, de profeten-woorden, het scheppingsverhaal, de  zondvloed, de wonderen in de woestijn”. Maar neen hoor, het is nog veel en veel dichterbij. ‘Woord van God’  is niet iets, dat je jezelf kunt aanschaffen als ware het een boek of een video. Het ‘Woord van God’ is Christus zelf. Wat Christus zegt en spreekt tegen wie dan ook in zijn tijd, doet Hijzelf en Hij is het ook zelf, die het doet.  Hij toont het Koninkrijk
– waar Hij licht schenkt aan de blinde,
 
- waar Hij mensen geneest van kwalen, 
- waar Hij Jaïrus’ dochter leven schenkt, 
- waar Hij mensen te eten geeft, 
- waar Hij melaatsen aanraakt, 
- waar Hij het duivelskwaad uitroeit, 
- waar Hij opkomt voor mensen.

Het Koninkrijk Gods moet je niet op de eerste plaats zoeken boven de wolken, want dan wordt het levenslang afwachten. Over het Koninkrijk Gods moet je niet praten, maar moet je doen. Dan is het midden onder ons. En dan hebben we nog geen garanties! Christus zelf – het Woord Gods zelf – kon niet voorkomen dat zijn verhalen/gelijkenissen niet altijd in goede bodem vielen.

- Hij heeft de rotsgrond gevoeld, waarin zijn woord geen wortel schoot 
- Hij heeft de distels gezien, waarin het leven door rijkdom en genoegens werden verstikt -
- Hij is de paden gegaan, waar het woord werd vertrapt –
- Hij heeft gezien dat vrije vogels van de hemel zijn woord opaten, maar alleen om zichzelf te verzadigen.

Maar dan is er ook nog zoiets als Gods genade, en dat hebben wij niet in de hand; dat had ook Jezus niet in eigen hand, maar hij bad er wel om  -  voor zijn leerlingen en voor ons. Gods genade! Met verbazing gaat het soms aan ons mensen voorbij en voelen we ons leeg en kil. Maar met diezelfde verbazing komt het ook ons leven binnen. 

In de eerste lezing van deze zondag - zegt Paulus ons - dat niet alleen het resultaat van onze goede werken bepalend is voor ons leven. Maar onze goede werken dienen ook gepaard/hand- in-hand te gaan met geloof. 
In de tijd van Paulus leefde de opvatting dat het voldoende was in je leven als je maar exact de letter van de geschreven voorschriften volgde. De rest was bijzaak. Vandaar ook menige  keer het verschil in opvattingen tussen Christus en de  farizeeën. Paulus verbindt in zijn brieven aan de goede werken ook ‘geloof’.
Het woord ‘geloof’ draagt een mooi woord in zich: “love”: liefde. Wat wij doen volgens de voorschriften, dient met geloof/liefde gedaan te worden. Ons grootste voorbeeld daarvan is Gods Woord: Christus zelf! En wie dat volgt – of minstens probeert – mag zuster of broeder van de Heer worden genoemd. Dat ook wij onze werken doen met geloof, dat God als genade in ons heeft gelegd. Daarmee zijn en worden we geen wereldverbeteraars, maar wel aanstekelijk en soms aanstotelijk voor de wereld. 
Het is niet echt gemakkelijk, maar door het evangelie worden we wel geprikkeld. Dat we dat steeds mogen voelen. Amen.